Mosbæk wervelventielen begrenzen de doorstroming in het leidingensysteem, met gebruikmaking van de drukhoogte aan de toevoerzijde.

De droogweerafvoer stroomt ongehinderd door het wervelventiel

Als de drukhoogte stijgt, wordt lucht in het bovenste deel van de wervelkamer opgesloten. Er treedt hierdoor geen onmiddellijke remwerking op, waardoor er een hogere gemiddelde afvoer ontstaat.

Neemt de drukhoogte nog verder toe, dan buigt de afvoerkarakteristiek eerst omhoog en daarna terug op de paraboolcurve. Dit veroorzaakt een werveling, die de drukenergie van het water omzet in rotatie. Het roterend effect zorgt ervoor dat de doorstroming wordt afgeremd.

Als de drukhoogte daalt, gaat de paraboolcurve naar beneden, tot het moment dat lucht in het wervelventiel wordt aangezogen. Dit aanzuigen van lucht veroorzaakt een toename van de stroom.